maandag 7 juni 2010

Drouwenerveen

Tien jaar geleden stap ik op een donderdagavond uit de bus, in Stadskanaal. Jens stelt me er voor aan zijn moeder. Ze heet Iris. Ze brengt ons naar Drouwenerveen. Naar het witte huis in het bos, dat zij en Arnold hebben gebouwd, en waar hun zoons zijn opgegroeid. En waar ik sinds ik uit die bus stapte, nooit meer ben weggegaan. Maar aan alles komt een eind. Ook aan de goede dingen. Volgende week is het transport. Drouwenerveen is verkocht.

-
Arnold en Iris, Jens, Mats en Roos zijn in Zweden. Ik pas op het witte huis in het bos. Nodig mijn vrienden uit voor het weekend. De dag bestond uit barbecueën, veel te veel wijn, kampvuur, zwemmen, nog meer wijn, en natuurlijk late-night-X-rated-cable-TV. Tussen het geruis van de bomen in de avondstilte door, hoor ik afwisselend hun quasi geshockeerde kreten en schatergelach, als ik gelukzalig dronken het pad afloop naar de weilanden. Ik val om en beland face up tussen de gewassen. Een mooie gelegenheid om de Drentse sterrenhemel eens nader te observeren. Het geeft niet dat ‘ie onophoudelijk draait. Als ik een tijd later de koele grond verruil voor de slaapkamer, zie ik dat Marco en Erik het tweepersoonsbed hebben geconfisceerd. Met een stoot kussens tussen ze in liggen ze te snurken, want owee ze zouden eens per ongeluk tegen elkaar aan in slaap vallen. Ik duik naast Joyce in bed, op de zolderkamer van Jens waar de twee katten ons gezelschap houden. ’s Ochtends worden we wakker van de vogels.

-
Hield straf m’n bikini aan in het zwembad, ondanks Arnolds gezever over dat het toch wel erg preuts was. Iedereen zwom bloot, de duikbril van Jens daargelaten. Maar ik kom uit Steenwijk en daar doen we dat niet. Voor het bezoek van Gijs maakte Jens een uitzondering en dook met een veel te grote… wat was het eigenlijk, trainingsbroek? Bij ons in ons nachtelijke zwemavontuur. Jens, Gijs en ik lopen rondjes in het water. We maken een draaikolk. Op de rand staan kaarsjes, de sterren staan weer aan de hemel en vanaf Arnolds balkon klinkt Nat King Cole. Arnold en Iris zijn in Zweden. Mats is bij Roos.

-
In de witte Ford Courier van Mats rij ik naar Gasselternijveen. Sigaretten zijn op, nagellak ook. Eigenlijk zoek ik een excuus om even onder de mensen te zijn, want soms is de stilte in het bos overdonderend. De buurtsuper doet wonderen. Weer thuis, lak ik m’n nagels in de zon. De katten liggen op apegapen. Iris, Jens en Mats zijn in Zweden. Arnold is in de hemel. Ik pas op het witte huis in het bos.

-
Arnold tuurt voor zich uit, overziet de bossen bij Drouwenerveen. Ik zit bij Jens op schoot, samen delen we de veiligheidsgordel. Mijn haar wappert in de wind, we rijden in de Cobra AC. We voelen ons vrij. Na een tijdje doemt links in de verte een enorme wolk op. Later smst Jens dat het van de vuurwerkramp in Enschede was. We hebben ons lang verbaasd over hoe we dat in vredesnaam in Hoogeveen konden zien.

-
Op de grote leren bank van Arnold liggen we tegen elkaar aan. Warm en geborgen, zoals ons was en is. We kijken naar The Kyterunner. We zijn onder de indruk. Mats aait m’n haar, ik klamp me aan hem vast. In Drouwenerveen is het veel beter dan in Afghanistan. We zien een scène over een huwelijksritueel: De man en de vrouw kijken samen in een spiegeltje en de man vraagt: “What do you see?” De vrouw antwoordt: “The rest of my life.” Ik kijk omhoog naar Mats en hoop hetzelfde te zien. Arnold kijkt met z’n eigenwijze glimlach vanuit een fotolijstje naar zijn zoon en mij. Iris slaapt. Jens is bij Mathilde.

-
We maken een kampvuur. Iris zit tussen Mats en mij in. Ze begint te vertellen over Arnold. Over zichzelf. Over haar zoons. Terwijl de meubels die niet mee worden verhuisd één voor één opgaan in as. De volgende ochtend laat ze me de foto-albums zien van de jongens als babies, en als peuters met rode wangen. Van het huis nog zonder de bomenrijen die er nu staan, van haar en Arnold met van die grote jaren ’70 brillen en hippie-haar. Van hun trouwdag. Arnold was een heel knappe man, en Iris is een heel knappe vrouw. Ze hebben twee heel knappe zoons.

-
“Scháápjes!” Gilt Rudy vanaf de achterbank. Hij wil dat Mats de auto subiet aan de kant zet, want hij wil foto’s maken. Zwarte én witte schapen in hetzelfde weiland, dat hebben ze in Amsterdam niet. Volgens Rudy dan. In Drouwenerveen staat met zijn lange zwarte overjas, glanzende leren schoenen en Russische bontmuts een groteske Surinamer driftig foto’s te maken van een paar Drentse schapen. We eten bij Iris. Arnold is in de hemel. Jens is bij Mathilde.

-
We spelen Triviant op de veranda. Jens en ik verliezen dik. Arnold zit naast Iris, Iris zit naast Mats, Mats zit naast Roos, Roos zit naast mij, ik zit naast Jens, en Jens zit naast Arnold. We zijn in het witte huis in het bos. Alsof het nooit anders is geweest, alsof het nooit anders zal zijn.