maandag 7 juni 2010

Mekka.

“Van wie bin 'ie dr’ dan eene?” vraagt Stefan de taxichauffeur. Ik verklap hem mijn familienaam. “Aha, de dochter van Henk.” Klopt. Ik ben de dochter van Henk. Als we even doorpraten, weet de taxichauffeur ook nog precies in welk jaar mijn vriendinnen van west naar oost verhuisden. En dat mijn broertien bij Olde Veste e'voetbald heft. En tegen de tijd dat hij me afzet op station Steenwijk, voel ik me ineens trots op het feit dat ik uit Steenwijk kom. Hier gebeuren dit soort dingen. Hier heb je een geschiedenis. Hier weten ze van wie ik er één ben. Hier moet ik af en toe naar terug om dat te beseffen.

We glijden Groningen binnen. Ik ben weer thuis, deel twee. Mijn wortels in deze stad voelen zo stevig. Ze schoten hier maar al te graag in de grond. Het was tijd om Steenwijk te verlaten, elf jaar geleden. En vanavond opnieuw. De gure kou om het station is vertrouwd. Ik besluit mijn fiets in de stalling te laten want panty, niet achter lijn 5 aan te rennen want hakken, en een taxi te nemen want nieuwsgierig naar de Groningse variant op mijn ritje in Steenwijk. Het wordt Haziz, in een dikke Chrysler. “Mag ik met jou naar Paddepoel?” Het mag. Hij vraagt of ik een lange reis heb gehad. Ik zeg dat het wel meevalt.

“Waar ben je geweest?”
Steenwijk.
“Ga je vaak op reis?”
Niet zo vaak als ik zou willen.
“Wat heb je gedaan in Steenwijk?”
Mijn vader was jarig.
“Heeft je vader een leuk feestje gehad?”
Ik weet het niet. Het was niet echt een feestje. Ik denk dat hij het moeilijk vindt om ouder te worden.
“Oh. Maar hij vond het vast fijn dat jij er was.”
Dat weet ik wel zeker.

In de bocht van de Friesestraatweg vraag ik hem of zijn vader nog leeft. Hij leeft nog. En hij woont ook in Groningen. En hij is 58.

“Dat is vast heel fijn, zo dichtbij.”
Dat is het zeker. Maar nu is hij er niet. Hij is zeg maar eh… op reis. In Saoudie Arabië.
“Oh? Voor zaken of privé?” (Weet ik veel)
Hij is in Mekka. Met mijn moeder.
“Wat goed van ze.”
Ja. Het is iets wat iedere Moslim een keer in zijn leven gedaan moet hebben.
“Weet ik. Wat fijn dat ze het samen kunnen doen.”
Ze zijn er al een maand.
“Waarom zo lang?”
Omdat het heel zwaar is. De reis, de indrukken. Ze hebben er lang voor gespaard. Het is heel duur.
“Ben jij al geweest?”
Nee. Ik ga nog wel een keer. Later.
“Je vader kan je er in ieder geval eerst over vertellen.”
Ja.
(Glimlach en stilte tot aan de Grote Beerstraat)

Dat is dan 7 euro 80. Dankjewel. Alsjeblieft. Hee enne… doe mijn groeten aan je vader. Jij ook mijn groeten aan jouw vader.

Papa, je krijgt de groetjes van Haziz. Zijn vader is in Mekka. Jij bent in Steenwijk. Ik ben in Groningen. Je kon me nooit vertellen waar ik heen moest gaan en waarom. Maar ik weet waar ik vandaan kom. Dat lijkt me minstens zo belangrijk. Gefeliciteerd met je zestigste verjaardag.

Je dochter.