maandag 7 juni 2010

Vriendschap

Mijn beste vriend heeft een huis gekocht. Maar hij kan er nog niet wonen want Henk de klusjesman is er nog bezig, dus nu logeert hij bij mij.

Ik kom thuis. Het ruikt oké. Het ziet er ook oké uit. (Zo op het eerste gezicht natuurlijk, want in dit huis is er als je goed kijkt per vierkante centimeter wel iets stuk, scheef of met een vlek erop.) Maar deze thuiskomst valt zoals gezegd mee, de gebruikelijke schots- en scheefheden daargelaten. Ik ben alleen. Lekker, rust. Ik ga op de Fatboy zitten. Hij plakt. Ik ruik. Bier. Ik kijk op de grond, en daar ligt de bron: een opgedroogde plas gerstenat. Mijn beste vriend, het is zo’n schat. Ik loop naar de keuken om een doekje te pakken en zie dat mijn beste vriend de lege blikjes bier op het aanrecht heeft laten staan. Wat lief, een paar heeft hij wel in de prullenbak gegooid, maar oh, zonder pedaalemmerzak, dus de prullenbak ruikt nu ook naar bier.

Vriendschap, het is zo iets moois. Hij zei vandaag nog aan de telefoon “je zult wel merken dat ik er ben geweest, want uh, er liggen wat kleren enzo en ik heb het bed niet opgemaakt” (doet hij nooit). Ik vul aan “je hebt denk ik ook niet afgewassen hè.” Waarop mijn beste vriend zegt “nee, want als je geen rommel maakt, hoef je ook niet af te wassen.” Ik hou van mijn beste vriend.

Mijn beste vriend heeft de douchekop gemold, waardoor er nu structureel een straal water tegen de muur spuit waardoor de muur nog verder afbrokkelt dan hij al afgebrokkeld was. Mijn beste vriend kwam midden in de nacht in zijn blote kont de keuken inlopen terwijl ik daar net een ernstig gesprek met mijn love-interest had. De love-interest trok wit weg. Mijn beste vriend schuurt consequent tegen mijn plant aan, in welke hoek van de kamer ik ‘m ook zet (ja, ik heb ermee ge-experimenteerd). De plant ziet er niet meer uit.

Mijn beste vriend smst tijdens het eten met minnares a, en als we een avondje gaan bijpraten, gaat hij e-mailen met meisje b waar hij eigenlijk verliefd op is. Mijn beste vriend laat de verwarming loeien als hij het huis uitgaat. En laat daarbij alle deuren openstaan. Als ik hem ergens op aanspreek, gooit hij zijn handen in de lucht en gilt: “Ik heb niets gedáán! Ik mag hier ook niets! Je wilt het liefst dat ik in een hoekje ga staan met mijn gezicht naar de múúr!” Mijn beste vriend zegt zelf dat hij ADHD heeft. Ik denk dat hij gewoon toe is aan een plek voor zichzelf.

Mijn beste vriend is er altijd voor me geweest, en zal er altijd voor me zijn. Dat weet ik zeker. En daarom kan ik niet boos op hem worden. Of nou ja, ik kán wel boos op hem worden, maar ik word niet boos. Na de initiële opvlieger geniet ik ervan. Van de vertrouwde nabijheid van die dak- en thuisloze biermorsende gasrekeningophogende douchekop- en plantenmollende vrouwenverslindende ADHD-er met zijn dikke blote jongenskont.

Mats, ik laat je nooit in de steek.