woensdag 23 januari 2013

Vanzelfsprekend


Het is winter. Sneeuwblubber, ploegen. Het is grijs. Ik ben grijs. Winterslaap. Sneeuwvlokken en gedachtes dwarrelen richtingloos in het rond. Het is glad in Groningen. Een lange werkdag achter de rug, boodschappen voor één, Winkelcentrum Paddepoel ligt er troosteloos bij en fekking Sky Radio uit de krakerige speakers daar duwt de gevoelstemperatuur nog verder onder het minpunt. Wat een rukdag. Ruk! Waarheen, waarvoor. Ik strompel het winkelcentrum uit en duik diep in mijn jas en sores. Vooral niet opvallen, lekker verstoppen.

Tot ik een oude, Somalische man met een wandelstok bijkans kopje onder zie gaan in de sneeuw. Hij houdt zich amper staande aan een railing terwijl hij verwoede pogingen doet om de verhoogde stoep op te komen. In een flits denk ik aan mijn werk, aan mijn “aandachtsgebied” (Somalische Groningers...), aan de methodieken, de overleggen, de interventies, de literatuur, de aanpak en moet lachen. Alles is relatief, veel is vanzelfsprekend: ik loop naar hem toe, vraag of ik hem kan helpen, hij verstaat me niet, en dan gebeurt het volgende. Een klein gebaar met groot gevolg. Ik maak een boogje van mijn arm en hij haakt in. Zonder woorden en zonder aarzelen.

“Where are we going?” Vraag ik. “To the bank” is het antwoord. En zo schuifelen we arm in arm door de grauwe smurrie, richting de ING. Het blondje meisje weer met beide benen op de grond, de oude man zonder Hals- und Beinbruch op de plaats van bestemming. Contact. Wat universeel is, bevriest niet. En laat zich al helemaal niet vastleggen in methodiekbeschrijvingen. En dat is maar goed ook. Wat een mooie dag!