![]() |
| Knud @ Grote Beer |
Ze heeft vlassig, grijs haar, en draagt het in een staartje.
Met twee knipjes houdt ze de kleine plukjes uit haar gezicht, dat detail verbaast me altijd zo. Vind het bijna vertederend, als ik de rest niet zou weten. Ze gaat gehuld in
een grijze jas, een grijze pantalon, grijze schoenen. Haar gezicht is grijs,
haar hondje is grijs. We noemen haar buurvrouw Foefie, naar haar hondje,
waarvan we vermoeden dat hij/zij zo heet.
Buurvrouw Foefie moppert altijd, over alles. Haar gezicht
heeft permanente mopperplooien. Het lieve buurvrouwtje van de galerij is bang
voor haar gesnauw, collega’s die hun auto hier parkeren kennen ‘die norse vrouw
met dat hondje’ ook. Ik denk dat haar toorn tot ver buiten de Grote Beerstraat
reikt.
Een kleine greep uit de aanleidingen voor het dagelijkse
gezanik: ik wil met Mats en Hedwig de flat in. Buurvrouw Foefie staat
achter de glazen deur, gaat niet aan de kant en blijft ons intimiderend -of iets
wat daarvoor door moet gaan- aanstaren. Hedwig gebaart ‘zij woont
hier, hoor’ en wijst naar mij. Waarop buurvrouw Foefie zegt: ‘Je weet het maar
nooit, met dat tuig van tegenwoordig.’ Waarvan akte.
De liftdeur gaat open. Knud (aangelijnd), Ritzo en ik lopen de lift
uit. Buurvrouw Foefie briest ‘grrrgdvrdmd rthnd’ en loopt met een boog om ons
heen.
Buurvrouw Foefie staat met vlammende ogen en diepgrijze
mopperrimpels naar een voorbijganger te kijken die mobiel belt, via oordopjes
en microfoon. Ze sneert hem net wel/net niet hoorbaar na (doet ze goed,
trouwens): ‘Spoort niet.’
Vanuit de rij voor de kassa van de Appie spot ik in de verte een bijzonder knappe simkaartverkoper. Helaas voor hem doemt buurvrouw Foefie op. Zonder te weten waar hij aan begint, knoopt hij met zijn heerlijke lach een verkooppraatje met haar aan. Ik kan niet horen wat ze zegt, maar ik zie de mooie grijns van de jongen met de seconde vervagen, tot er uiteindelijk een wat angstige blik overblijft, en hij achterwaarts richting zijn collega's loopt. Buurvrouw Foefie stapt met haar neus in de lucht het winkelcentrum uit.
Vanuit de rij voor de kassa van de Appie spot ik in de verte een bijzonder knappe simkaartverkoper. Helaas voor hem doemt buurvrouw Foefie op. Zonder te weten waar hij aan begint, knoopt hij met zijn heerlijke lach een verkooppraatje met haar aan. Ik kan niet horen wat ze zegt, maar ik zie de mooie grijns van de jongen met de seconde vervagen, tot er uiteindelijk een wat angstige blik overblijft, en hij achterwaarts richting zijn collega's loopt. Buurvrouw Foefie stapt met haar neus in de lucht het winkelcentrum uit.
Knud, Ritzo en ik spelen met een tak. Buurvrouw Foefie komt
aanlopen met Foefie. Ik glimlach naar haar. Ze reageert met een
binnensmondse vloek en maakt rechtsomkeert.
Eén keer heb ik haar zien lachen. Onder het balkon trof ze
een man met een hondje, ze maakten een praatje, en het leek verdomd even of
ze gelukkig was.
