donderdag 17 juli 2014

Spartaans


Hij praat met bravoure, maar luistert aandachtig, hoofdknikjes inclusief. Hij houdt de deur voor je open en laat je voorgaan, maar zijn peukje gooit hij in de prullenbak. Hij is de ‘Spartan’ van zijn voetbalteam, maar doet thuis de afwas omdat zijn vrouw ook werkt. Hij was jaren barman en horecatijger, maar nu wil hij zich laten omscholen om ’s avonds meer thuis bij z’n meisje te zijn. Hij is op en top Griek, maar wil bouwen in Nederland. Hij wil dankbaar zijn voor hier, sterker nog, hij is dankbaar voor hier, want de crisis in zijn moederland doet pijn. Volgens hem is de basis van die ellende  aan de algehele mentaliteit van consumeren, opgebruiken en egoïstisch zijn. Daar vinden we elkaar, in die golf van dertigplussers die op zoek is naar het échte leven, klein en bewust, duurzaam en oprecht. Hier, of in Griekenland.

Tegen de achtergrond van het faillissement en de uitverkoop van zijn geboortegrond, en met het uitzicht op stad Groningen, is hij zich bewuster geworden van zijn roots. Hij is gaan lezen over vroeger, de veldslagen, de filosofen, de riten en rituelen, de mythologie, de sterke mannen. De Grieken. En een paar dagen geleden heeft hij als persoonlijke ode een tatoeage laten zetten. Daarom moet hij steeds aan de schaduwkant van de koffietafel zitten, en ik in de volle zon, zijn huid is nog teer.

Hij wil graag wat meer Nederlandse vrienden, en is vandaag goed op weg: we maken een wandelingetje over de Grote Markt, via de Oosterstraat naar het Zuiderdiep, langs het water richting de Turtorenstraat. Hij vertelt over voetbal, informeert naar mijn hobbies, en ik vertel hem over dansen. Hij kan niet dansen, behalve dan de sirtaki. Ik stel me een tafereel voor waarbij zijn moeder hem op jonge leeftijd de basis van de traditionele dans voordoet, en vraag hem hoe hij het heeft geleerd. “Van Youtube.” Gelach.